Verloop van een bevalling

Het cliché is waar! Elke bevalling is anders. Zoals jouw kindje komt, is er nog nooit iemand geboren. Ik praat uiteraard met elk stel persoonlijk over de aanstaande bevalling, maar hier vertel ik wat je in grote lijnen kunt verwachten.

Is het de eerste?

Ten eerste maakt het heel veel uit of je een eerste kindje of een daarop volgend kindje verwacht.  Als je lichaam namelijk een keer eerder opgerekt is geweest, gaat het ontsluiten en persen in de regel veel sneller en daardoor makkelijker. Bij een eerste kindje pers je gemiddeld 45 minuten, bij een volgend kindje 20 minuten.

Het begin van je bevalling

Een baring begint meestal met krampen in je onderbuik die lijken op menstruatiekrampen. In de loop van uren worden deze onregelmatige krampen regelmatiger en sterker. Soms krijgt een vrouw al meteen krampen om de paar minuten en worden deze niet frequenter, maar wel sterker, in de loop van uren. Dit noemen we de aanloopfase.

Gebroken vliezen

Bij 10% van de vrouwen begint de baring met het breken van de vliezen: dat kan een klein beetje vocht zijn dat voortdurend lekt, of een grotere ‘plens’ water die niet tegen te houden is. Hoeveel vocht er afloopt hangt van de hoeveelheid vruchtwater af en hoe diep je kindje al in het bekken ingedaald is. Probeer wat van het vruchtwater op te vangen.
Maar 90% van de vrouwen krijgt dus eerst weeën. Bij hen breken de vliezen vaak pas als ze bijna volledige ontsluiting hebben, dat is tien cm ontsluiting.

Verstrijken en ontsluiten

De baarmoedermond, de uitgang van je baarmoeder, is drie cm lang en zo hard als het puntje van je neus. Door heel veel weeën (bij een eerste kindje) wordt deze zachter (dit voelt aan zoals je lippen) en ten slotte heel dun en wordt dan opgenomen in de baarmoeder. Dit is door een verloskundige te voelen tijdens een inwendig onderzoek. Pas wanneer de baarmoedermond ‘verstreken’ is, zoals dat genoemd wordt, begint de ontsluiting, terwijl je dan soms al uren pittige weeën hebt gehad. Gemiddeld duurt de ontsluiting één cm per uur dus dan heb je tien uur pittige weeën nodig om tot tien cm te komen voordat de persweeën beginnen.

Houd goede moed!

Voor een eerste kindje kan je nog twee uur persweeën hebben, dus je kan er wel een etmaal voor uittrekken om een eerste kindje te baren. Nou ben je niet al die uren hard aan het werk, maar het kan zijn dat je zo lang wel weet dat je kindje in aantocht is. Wordt hierdoor niet ontmoedigd! Want allereerst staat de tijd stil als je bezig bent met bevallen en ten tweede, hoe sterker de weeën zijn hoe sneller het bij je gaat.

Als je denkt: dit kan ik echt geen tien uur volhouden, dan hoeft dat vaak ook juist niet omdat het zo hard gaat. Er zijn vrouwen die binnen zes uur of zelfs vier uur hun eerste kindje baren! Ook dan moet je het achteraf verwerken dat het zo snel gegaan is, hoe voorspoedig dat ook is.

Inwendig onderzoek

In overleg met jou kan ik een inwendig onderzoek doen om te voelen hoeveel ontsluiting er is. Nu zegt het aantal centimeters niet alles! Dat is maar een klein onderdeel van het onderzoek. Hoe diep het kindje ligt, of het kindje gunstig gedraaid ligt, of het hoofdje goed drukt op de baarmoedermond tijdens een wee, en vooral hoe sterk de weeën zijn en hoe vaak ze komen zegt iets over hoe voorspoedig alles gaat.                                                                                                                                  spreekuur2

En vrouwen blijven ons verassen! De een heeft vijf cm ontsluiting en baart een kindje binnen twee uur en de ander heeft acht cm en moet nog even doorgaan. Het blijft een persoonlijk en uniek gebeuren: zoals jouw kindje komt is er nog nooit iemand geboren!

Weeën

Weeën zijn golfbewegingen: een wee begint, wordt sterker en sterker totdat een piek bereikt is, en zakt dan weer af. In het begin duurt zo’n wee maar een paar seconden; een flinke kramp. In de loop van uren gaan ze twintig seconden, veertig seconden en tenslotte ruim zestig seconden duren. Dat zijn sterke weeën. De sterkste weeën heb je vaak als je tegen volledige ontsluiting aan zit. De overgang naar persweeën gaat vervolgens geleidelijk. Op de hoogte van de wee voel je dat je drang krijgt om mee te drukken. Dat duurt aanvankelijk maar eventjes en dat voel je niet gelijk bij elke wee. Geleidelijk aan wordt die drang sterker totdat je lichaam meeperst, dat kan je niet tegenhouden! Echte persdrang kan je nauwelijks beheersen.

Houding

De meeste vrouwen merken dat er geen houding is die lang vol te houden is. Je blijft een beetje van houding veranderen: staan, wiebelen, voorover over iets heen hangen, knielen, zitten, liggen, lopen, en weer voorover hangen. Daardoor kan je de weeën ook beter aan en help je instinctief je kindje naar beneden te komen. Je hoeft er dus niet over na te denken: doe maar wat goed voelt voor jou.

Tips

  • Als je nog twijfelt of het echte weeën zijn, en je kan nog slapen: ga slapen. Die rust zal je goed doen.
  • Blijf eten en vooral drinken tijdens de weeën. Misschien voel je je misselijk of moet je braken, maar blijf dan minstens slokjes drinken, bijvoorbeeld limonade of vruchtensap. Je baarmoederspier moet steeds krachtig samentrekken tijdens de weeën en dat kost veel energie. Het is nodig dat die energie aangevuld wordt.
  • Als de weeën erg pittig worden is een warme douche of bad heerlijk. Het warme water werkt ontspannend. Soms staan vrouwen uren onder de douche, dan is het prettig om er een stoel of krukje neer te zetten zodat je af en toe kunt zitten.