7 wetten van eenvoudig borstvoeding

Algemeen | 7 wetten | vuistregels | borst- / kunstvoeding

Wet 1: borstvoeding zit bij baby’s ingebakken

Borstvoeding is niet iets wat moeders doen. De baby’s doen het zelf, als je hen hun gang laat gaan. Pasgeborenen, die met huid-op-huidcontact bij hun moeder liggen, laten een serie gedragingen zien die lijken op wat we bij andere zoogdieren zien. Deze voedingsreflex (zelf zoeken en vinden van de borst) is nog weken na de geboorte op te wekken. Baby’s lijfje verticaal tussen beide borsten wekt het zoeken naar de borst op. Moeder moedigt instinctief voedingsgedrag aan: ze streelt, praat, maakt oogcontact. Zo nodig helpt ze de baby in de juiste richting. De opstap reflex heeft een belangrijke functie bij het vinden van de borst. Unicef maakte een filmpje, dat op internet te raadplegen is. Het laat zien hoe een baby binnen een uur na de geboorte vanzelf de borst vindt: www.youtube.com; zoek ‘initiation of breastfeeding by breastcrawl’.

Wet 2: het lichaam van de moeder is de natuurlijke habitat voor het kind                                       borstvoeding1

Baby’s hebben betere overlevingskansen als zij in hun natuurlijke leefomgeving zijn, en dat is bij hun moeder. ‘Huid-op-huid’ vindt er een betere regulatie van hartslag, ademhaling, temperatuur en zuurstofgehalte plaats. De temperatuur van moeders huid past zich aan aan de behoefte van het kind. Bij moeders van een tweeling kan de huid op twee plekken tegelijkertijd zelfs graden in temperatuur verschillen als beide kinderen verschillende behoeften hebben. Ook vertonen baby’s minder stressreactie op pijnlijke procedures, huilen ze minder en hebben zij een betere relatie met de moeder als zij veel gedragen worden. Dicht bij haar kind is de moeder daarnaast alerter op hongersignalen van het kind en verloopt de voeding soepeler.

Wet 3: borstvoeding voelt beter en stroomt beter in de z.g.n. ‘comfort zone’

Met de comfortzone wordt de juiste plaats van de tepel in de mond bedoeld: de onderkaak omvat eerst >3-4 cm van tepelhof. Dan komt de tepel achterin de mond, tussen de tong en het zachte verhemelte. Daarvoor is een stabiele voedingshouding nodig: het bovenlijf stevig tegen moeder aan, de kin tegen de borst van de moeder. Deze houding geeft de baby meer controle over hoofd – bewegingen tijdens het aanleggen. Stevig vasthouden, de borst opdringen en voeden terwijl baby er nog niet klaar voor is, een tepel die niet in de comfort zone is, kunnen tepelletsel of onvoldoende inname tot gevolg hebben. Kijk voor een korte animatie van goed aanhappen op: www.breastfeedingmadesimple.com en ga naar ‘animated latch’.

Wet 4: meer borstvoeding in het begin, betekent meer melk later

Vanaf dag 1 is de moeder in principe in staat volledig te voorzien in de behoefte van haar baby. Bijvoeding is niet nodig. Hoe langer en hoe meer borstvoeding de moeder geeft in de eerste weken, hoe beter haar melkproductie. Nu en in de toekomst

Wet 5: elke voedende moeder en kind hebben een eigen ritme

Het voedingspatroon, de frequentie en duur van borstvoeding verschilt per moeder-kindkoppel. Het ritme is afhankelijk van de maaginhoud van het kind en de melk – productie en opslagcapaciteit van de moeder (zie wet 6). Verder is de samenstelling van menselijke moedermelk van belang. Deze heeft het laagste vet en eiwitgehalte van alle zoogdieren. Dit is kenmerkend voor soorten met onrijpe jongen (zoals ook mensapen, buideldieren). Het is ingesteld op pasgeborenen die het hele etmaal doordrinken. Het is veeleisend, maar als moeders weten wat normaal is bij borstvoeding, zullen ze meer zelfvertrouwen krijgen.

Wet 6: meer melk geven=meer melk aanmaken

Hoe vaker de borst geleegd wordt, hoe meer melk er wordt aangemaakt. Volle borsten produceren minder melk dan lege. Hoeveel melk een volle borst bevat verschilt per vrouw. Vrouwen met een hoge opslagcapaciteit kunnen volstaan met een borst per keer, minder voedingen per dag en minder nachtvoedingen dan vrouwen met een lage opslagcapaciteit. Het is van belang dat vrouwen niet proberen om ‘gemiddeld’ te zijn en zich te houden aan voorgeschreven voedingstijden en hoeveelheden.

Wet 7: kinderen stoppen op een natuurlijke manier met borstvoeding

Ook als je nooit afbouwt, zal het kind eens zelf stoppen met borstvoeding. Zolang moeder en kind het willen, is er geen reden tot stoppen.